Boekfragment: De Universiteit voor Zelfrealisatie

In het hart van AUM BEN IK ligt de openbaring van de Universiteit van Zelfrealisatie – een lumineus innerlijk Monument waarin de ziel wordt teruggeleid naar de ene, grenzeloze Bron. Deze heilige universiteit is geen concept van geloof, maar een levende Routekaart van Herinnering voor het oneindige Veld van Bewustzijn.

Haar doel is eenvoudig en toch bijzonder diepgaand: het doorzien van de vier grote illusies van het ‘persona-ik’, de sluiers die het licht van het Zelf verduisteren. Elke sluier wordt bestudeerd binnen een eigen Faculteit van Meesterschap, waarin de ziel een heldere doorgang naar Huis wordt geboden.

Zo onthult de Universiteit de innerlijke Blauwdruk van de Ziel. Ze vertaalt de tijdloze wijsheid van de oude Yoga’s naar de taal van onze tijd, hertekend als Vier Faculteiten binnen een moderne School van Bewustzijn. Geen abstracte filosofie, maar een helder pad van praktische transformatie, dat de lezer voorbereidt om de Waarheid niet enkel te begrijpen, maar haar ook te leven – volledig, onmiddellijk, en als het stralende IK BEN.

Er was eens een jonge man, schatrijk aan kennis, maar loodzwaar van hart…

Edward stamde uit een vooraanstaande familie van gerenommeerde artsen en was opgevoed in de nooit in twijfel getrokken dogmatische religie van rationeel denken. Zoals verwacht volgde hij in de voetsporen van zijn ouders, voltooide zijn studie aan de universiteit cum laude en opende een eigen prestigieuze medische praktijk.

Je zou gemakkelijk kunnen zeggen dat deze man alle troeven in handen had voor een schitterend leven van comfort, succes en sociale erkenning – maar innerlijk voelde hij zich allesbehalve dat.

In zijn stillere momenten kon een storm van zelfdestructieve gedachten oprijzen, die hem meesleurde in zware golven van eenzaamheid en verdriet. Angst greep hem vaak bij de keel, en een constante onderstroom van lichamelijk en emotioneel lijden maakte zijn leven tot een schier ondraaglijke ervaring. Langzaam ebde hij weg in de grijze mist van depressie – en na al die jaren van studie en erkenning leek de enige tastbare beloning van zijn hoogstaande opleiding… een gemakkelijke toegang tot antidepressiva.

Op een kille, grijze ochtend, balancerend aan de rand van zijn innerlijke afgrond, bereikte Edward het breekpunt van zijn bestaan. Een vage vonk van instinct ontwaakte, en hij pakte een rugzak om zich terug te trekken in de stille uitgestrektheid van de natuur – op zoek naar de innerlijke vrede waar kennis hem had verlaten, en waar wijsheid misschien nog zachtjes haar geheimen zou fluisteren.

Na meerdere dagen van rondzwerven bereikte hij een uitgestrekt, stil meer, waar hij een zachtaardige, oude veerman bereid vond hem naar de overzijde te brengen.

Tijdens de langzame overtocht sprak Edward uitvoerig over zijn prestigieuze studies en hoogstaande opleiding. Uiteindelijk vroeg hij de veerman naar diens eigen scholing en was met stomheid geslagen toen hij vernam dat de man nooit naar school was geweest – zelfs volledig ongeletterd was.

In het hoofd van de dokter begon het te zoemen en te ratelen – als een oude machine die plots weer tot leven komt. Zijn blinde devotie voor het intellect laaide op, zijn ego roerde zich. In stilte veroordeelde hij de oude veerman, en bestempelde hem als onontwikkeld, ongeletterd, iemand die de gave van het leven had verkwanseld. Wat voor mens, zo dacht hij, zou een volledig leven kunnen doorbrengen zonder ook maar te proberen de geest te cultiveren?

Natuurlijk had hij het nooit “gemaakt” in het leven.

Zijn afkeuring sijpelde door in neerbuigende woorden – bij elke lettergreep trok het masker van superioriteit zich strakker aan.

En toen barstte de storm los.

Zo verstrikt was hij geraakt in het kluwen van zijn eigen overtuigingen en gedachten, dat hij niet eens had opgemerkt hoe pikzwarte wolken zich boven hem samenpakten. Halverwege het uitgestrekte en godverlaten meer werd het kleine, krakkemikkige bootje plotseling opgezweept door hoge golven en loeiende windvlagen. De oude veerman greep de riemen stevig vast en worstelde verwoed tegen de chaos – maar de strijd was zwaar, en het water toonde geen greintje genade.

Paniek stroomde door de aderen van de dokter. Hoe, dacht hij, had het zo ver kunnen komen? Gevangen in een woeste storm, ergens middenin het eindeloze niets, in een broos houten bootje – en nog heel wat erger, in de handen van een oude man die hij als idioot had afgeschilderd. Het bootje boog en kraakte onder hem. Hij kon niet zwemmen. De illusie van controle, volledig verbrijzeld.

En toen sloeg het kleine bootje om, en belandde onze hoogmoedige dokter hulpeloos spartelend in het ijskoude water. Angst overspoelde hem terwijl de definitieve nabijheid van de dood zijn hart en keel in een ijzige greep gevangen hield. Maar juist toen de paniek zijn hoogtepunt bereikte, voelde hij een krachtige hand hem vastgrijpen en hem uit het koude water en de donkere diepten van zijn wanhoop omhoog trekken.

Hij realiseerde zich dat de storm even snel was verdwenen als hij was gekomen – geen wolk meer aan de hemel. En daar, tot zijn grote verbazing, droeg de oude veerman hem naar de oever… wandelend over het water.

Eenmaal aan land hielp de oude man Edward zachtjes overeind en vroeg slechts: “Waarom kon al je kennis je niet helpen jezelf te redden?”

Daarna zei hij niets meer. Hij keerde terug naar zijn kleine houten hut, ging zitten onder een oude eik en gleed moeiteloos in een diepe meditatie. Hij was droog. Stil. Straalde vrede uit. Alsof er niets was gebeurd.

Onze arme dokter daarentegen worstelde om weer tot zichzelf te komen. Doorweekt tot op het bot en rillend als een espenblad in een winterstorm, voelde hij het dreunen van zijn hart door zijn borstkas zinderen. Een golf van misselijkheid steeg in hem op; elk moment, dacht hij, zou hij flauwvallen of overgeven. Wat zojuist was gebeurd tartte elke logica en deed zijn zorgvuldig opgebouwde wereldbeeld volledig uiteenspatten. Verward en buiten adem restte hem slechts één zinnige daad: neerzinken in de warmte van het zonovergoten terras voor de hut – om zijn rillende lichaam en verwarde geest, al was het maar even, tot rust te laten komen.

Uren rolden voorbij als zachte golven over het meer – totdat de veerman zich eindelijk roerde uit zijn diepe meditatie. Tegen die tijd had Edward zich gedroogd, zijn lichaam in een warme wollen deken gewikkeld, en het kluwen van zijn geest ontwarde zich tot een stilte die zacht over hem neerdaalde.

Onze dokter zat in stilte, vrij van de schok van de beleefde angst, en in diep ontzag voor de stille kracht van wat hij zojuist had ervaren. Hoewel zijn diepgewortelde loyauteit aan de goden van de rede nog steeds de poorten van transformatie bewaakte, werkte er toch al een subtiele alchemie. Iets in hem – oud, diep pijnlijk, en lang begraven – begon langzaam te ontwaken.

Hij kon het niet langer ontkennen: Wonderen zijn echt. En meer dan dat – een zachte gloed van innerlijke vrede daalde over hem neer. Een tedere vloed van gelukzaligheid verspreidde zich door zijn ganse wezen. Alsof een lang vervlogen, kostbare herinnering terugkeerde uit de diepten van zijn vergeten heilige Zelf. Het was eeuwen geleden dat hij zich zo had gevoeld.

Er was onmiskenbaar iets dat in hem roerde, aangewakkerd door de stille kracht in de aanwezigheid van de oude man. Er was een tastbare trilling, magnetisch en sereen, die van de veerman uitstraalde als warmte van de zon. Edward kon het niet negeren – zijn hele wezen leunde naar hem toe, hongerig naar meer. Eindelijk, na jaren van dwalen, had een glimp van vrede zijn ziel opnieuw verlicht. En nu verlangde hij naar helderheid – en naar het voortzetten van zijn lang verloren vreugde.

Met oprechte nederigheid verontschuldigde hij zich voor zijn arrogantie en trots. En daarna vroeg hij, bijna fluisterend, of hij nog wat langer mocht blijven…

Tot zijn verbazing glimlachte de oude man verwelkomend, en wees naar een eenvoudige doch gezellige slaapplek in een hoek van zijn houten hut. Alsof alles van tevoren was voorzien en voorbereid…

En zo, geliefde lezer, begon wat Edward op een dag zijn Universiteit voor Zelfrealisatie zou noemen. In de jaren die volgden, hield hij trouw een dagboek bij van zijn innerlijke en uiterlijke transformaties. Met de tijd en een steeds verdiepende helderheid begon hij de lumineuze leringen van de Heilige te herkennen als zich ontvouwend in vier sacrale stromen – elk een Lichtpoort naar Meesterschap. Deze leringen, zowel diepzinnig in inzicht als heerlijk eenvoudig in de praktijk, boden een pad dat niet ging over accumulatie, maar over herinnering… over het onthullen van het Zelf dat reeds geheel in ons aanwezig is.

De Universiteit voor Zelfrealisatie, genesteld in en rondom de bescheiden houten hut, openbaarde zich via vier heilige Faculteiten – elk een levende spiegel voor het zich ontvouwende Zelf. In de eerste werd men Meester over Overtuigingen, in de tweede Meester over Gedachten. De derde opende het Hart als Meester over Emoties, en de vierde verankerde dit alles in de wereld als Meester over Acties. Geen enkele stond boven de ander, want alle vier rezen zij samen, als de takken van één boom die zich naar het Licht uitstrekken. Er was slechts één diploma – niet van papier, maar van zuivere Aanwezigheid – toegekend bij de volle bloei van alle vier de paden: de stralende realisatie van Zelf-Meesterschap.

En nu, geliefde lezer, is het moment aangebroken om deze heilige inzichten en eenvoudige, stralende praktijken met je te delen – zodat ze ook jou terug naar Jou zouden leiden. Indien ze met toewijding en stille vastberadenheid worden omarmd, zullen zij ook jou dragen naar het hoogste van alle vervullingen: de levende realisatie van je eigen Goddelijke Zelf.

Dit is de enige Meestergraad die de dood overstijgt, de enige academische baret die je mag dragen voorbij de sluiers van de vorm – want zij bekroont niet het vergaren van wereldse kennis, maar de ontbinding van alle illusie. Het is het heffen van de laatste sluier, waardoor het oneindige, alwetende, stralende AUM wordt onthuld dat je altijd al geweest bent. Er is geen titel hoger, geen naam waarachtiger dan deze: Meester van het Zelf

Laten we nu zachtjes de volgende sluier van illusie oplichten en de eerste Faculteit van deze bescheiden maar heilige Universiteit betreden. Want wat de Zelf-gerealiseerde veerman te delen heeft, is niets minder dan het uit duizenden levens gedistilleerde nectar – nu aangeboden… aan jou.

Moge je Hart wijd openstaan, je blik vast en helder, en je stappen in Waarheid, terwijl je de heilige reis begint naar je eerste graad in Meesterschap: de terugkeer naar Jou.